Nina (3): Technisch ontwerpen

Naast onderzoeken wordt nu ook ontwerpen een pijler van het vak natuurkunde.

Een van de doelstelling van de NiNa is:

De programma’s
[…]
5. ondersteunen technisch ontwerpen als leeractiviteit;

Een deel van de toelichting:

Natuurwetenschap en techniek hebben een verschillende oriëntatie. De opbrengst van natuurwetenschappelijk onderzoek is kennis, de opbrengst van technische ontwerpactiviteiten bestaat uit producten. Voor leerlingen weerspiegelen deze verschillen in gerichtheid ook verschillen in motivatie. Ontwerpproblemen kennen geen unieke oplossingen. Om alternatieve uitwerkingen op hun effectiviteit te kunnen beoordelen, is kennis van materialen en constructies nodig. Zo kan een ontwerpvraag een motiverende context bieden die bijdraagt aan het leren van natuurkundige begrippen en modellen.

Traditioneel wordt binnen de natuurwetenschappelijke vakken veel aandacht besteed aan de manier waarop natuurwetenschappers door onderzoek kennis verwerven. Technisch ontwerpen als bezigheid van ingenieurs is tot nu toe weinig van de grond gekomen. Toch waarderen veel leerlingen technische-ontwerpactiviteiten, omdat zij daarin zelfstandig, actief en creatief kunnen leren. In het bijzonder het profiel NT, zowel bij havo als vwo, zou meer aantrekkingskracht kunnen krijgen door een duidelijke plaats van technisch ontwerpen in het programma naast onderzoeken.

Ik draag Technisch Ontwerpen (TO) een warm hart toe. Niet alleen omdat ik -naast leraar- ingenieur ben, maar omdat TO leerlingen motiveert en divergent denken aanleert. Ik denk (net als de commissie) dat TO voor een deel een ander soort leerling aanspreekt dan onderzoeken, waardoor het profiel NT meer aantrekkingskracht zou kunnen krijgen. De grotere instroom van technische studies zal ongetwijfeld een wenselijk gevolg zijn.

Ik hoop dat TO ook in de andere exacte vakken een poot aan de grond krijgt. Als biologie en scheikunde onderzoeksgericht blijven en alleen de natuurkunde ontwerpen als een volwaardige onderdeel van het vak invoert, dan blijft ontwerpen -vanuit de leerling gezien- toch nog iets voor erbij; “Iets dat we zo nu en dan bij natuurkunde doen.” Een breed draagvlak voor TO binnen alle natuurwetenschappelijke vakken is nodig om het meer te laten worden dan iets voor erbij.

De noodzaak voor afstemming tussen de vakken geldt misschien wel voor elke vernieuwing die de commissie voorstelt; Samenwerking tussen de commissies van de verschillende vakken is m.i. een vereiste om tot zinvolle leerplannen te komen. Een dergelijke samenwerking schijnt inmiddels een feit te zijn. Ik hoop dat we daar snel meer van horen!

Advertenties

Reacties zijn gesloten.