Wiskunde B1,2 VWO reactie op een reactie

Via de wiskundemeisjes las ik de reactie van dr. F.J. Keune (Radboud Universiteit Nijmegen) op het Wi B1,2 examen VWO:

[…] IJverige leerlingen kunnen voor dit examen al gauw 60 van de 84 punten behalen. Een dikke voldoende dus.

Ik lees: 60 vd 84 punten zijn te behalen door “toepassen” van de wiskunde stof zonder dat hogere orde denkprocessen zoals “analyse” of “synthese” nodig zijn. (Ik gebruik de taxonomie van Bloom). Naar mijn smaak is dit dus een goed ontworpen toets, met een goede balans tussen de denk/leerniveaus van Bloom. Keune lijkt het een zonde te vinden. Alsof je een onvoldoende voor Wi B1,2 moet halen als je “ijverig” bent.

Maar dan zou er in hun opleiding wel aandacht geweest moeten zijn voor algebraïsche vaardigheden. Mijn indruk is dat dat in veel gevallen nauwelijks het geval is.

Dat het examen een (veel) grotere nadruk legt op algebraïsche vaardigheden, lijkt me een logisch gevolg van de huidige maatschappelijke druk in die richting. Dat Keune de indruk heeft dat “dat in veel gevallen nauwelijks het geval is” vind ik een schoffering van de wiskundeleraren. Een wiskundeleraar die zijn vak verstaat heeft zijn leerlingen hierop voorbereid en zal dat in de komende jaren nog uitdrukkelijker doen.

Het zal mij niet verbazen als de cijfers worden opgehoogd.

Keune is duidelijk niet op de hoogte van het systeem van normeringstermen. De norm van elk examen wordt zo bijgesteld dat de moelijkheidsgraad overeenkomt met voorgaande jaren. In de praktijk wordt het percentage onvoldoendes constant gehouden, 15% meen ik.

Wat is dan het gevolg? Gaat het onderwijs zich richten op de iets hogere eisen of worden de examens makkelijker om niet te hoeven ophogen?

Was dit examen nu moeilijker of makkelijker dan voorgaande jaren? Juist, moeilijker! Hebben we eindelijk een examen met veel algebraische vaardigheden, wordt “het onderwijs” (wie is dat?) meteen van normvervaging verdacht.

Reacties zijn gesloten.