Categorie archief: Nina

A Physics teacher wants his subject back…

Nee, ik niet. Maar niet iedereen is even blij met curriculum reform in het Verenigd Koninkrijk:

Wellington Grey  wants his subject back

Nieuwe Natuurkunde update

Afgelopen vrijdagmiddag gaf Maarten Pieters, projectleider, een overicht van de stand van zaken van het project Nieuwe Natuurkunde (NiNa; Het vernieuwde natuurkunde programma bovenbouw havo/vwo vanaf 2010).

Vanaf volgend schooljaar beginnen de eerste scholen met uittesten van het programma in 4vwo met als doel het examen in mei 2009. Volgend jaar begint 4havo. Er is veel belangstelling voor het uittesten van het nieuwe programma, dit heeft ongetwijfeld ook te maken met de facilitering dit mogelijk is vanwege geld dat het Platform Beta-Techniek beschikbaar stelt, volgens mij via het Universum programma. De docenten zijn zoals altijd enthousiast en bereid tot meedoen aan vernieuwing; Nu het ook nog eens gefaciliteerd (dus betaald) wordt komt e.e.a. goed van de grond. Ik hoop dat ook het programma op tijd af is, zodat de scholen echt in september kunnen beginnen. Het zal een race tegen de klok worden.

Hopelijk kan ik in de komende jaren zelf ook een deel van het programma testen, wellicht zelf mee ontwikkelen.

Context/Conceptmethode

Voor wat betreft het de invulling van de nieuwe natuurkunde werd naar mijn smaak een iets verder uitgekristalliseerd beeld geschetst dan eerder in november. Alle vernieuwe betavakken kiezen voor de Context/Concept methode; Maar wat houdt dat eigenlijk in? De keuze van de commissie NiNa is geinspireerd door de leercyclus van Kolb: Eerst concreet ervaren, dan abstraheren en vervolgens voorspellingen doen met de abstracte kennis en dit toetsen door middel van een concrete ervaring. Een practicum doen, een formule (concept) afleiden, hiermee een voorspelling doen en deze voorspelling testen in een practicum. Een constructivistische manier van leren.

kolb.JPG

De afbeelding geeft de Context/Concept (Kolb) cyclus schematisch weer.

Versnippert programma.

Het vak natuurkunde gaat in de vernieuwde Tweede Fase vanaf 2007 van 560 naar 480 slu in het vwo. Dat betekent dat er flink gesneden moet worden in het (naar mijn mening) nu al volle programma. Echter, de wens “uit het veld” om ook moderne natuurkunde (quatum fysica en relativiteitstheorie) en biofysica aan het programma toe te voegen, zorgt ervoor dat het aantal onderwerpen juist toeneemt.

Ik ben erg voor verdieping in plaats van versnippering. Ik ben erg bang voor overvol en versnippert natuurkunde programma, waarin alle onderwerpen oppervlakkig aan de orde komen en natuurkunde een soort weetjes-vak wordt. Verdiepen is wat mij betreft echt nodig en dat kan alleen als serieus gesneden wordt in de onderwerpen.

Samengevat

Ik vind het fijn dat de context/concept methode uit de kretologie sfeer wordt gehaald en een goede concrete invulling krijgt. Ik ben erg bang voor een overvol versnippert programma, het is hoog tijd dat er stevig gesneden gaat worden in de onderwerpen.

 

Update Nieuwe Natuurkunde website

De website van de commissie vernieuwing natuurkunde onderwijs, Nieuwe Natuurkunde (NiNa), is bijgewerkt. De site bevat nu een ruime hoeveelheid achtergrond materiaal, over natuurwetenschappelijke onderwijs in Nederland en in het Buitenland. Een van de toegevoegde items is bijvoorbeeld een analyse van het Engelse A2/AS level Physics programma, een zeer succesvol context/concept georiënteerd programma. Zeer interessant om te lezen, ik ben van plan om binnenkort een samenvatting te plaatsen.

Verslagen van de conferenties met natuurkunde leraren uit het veld (november) zijn nog niet geplaatst, hoewel er al wel een plekje voor is gereserveerd in het CMS. Ik blijf het in de gaten houden, want ik ben erg benieuwd naar de (verzamelde) mening van collega’s.

Jammer genoeg is er geen enkel mechanisme om geïnformeerd te worden over updates. Geen RSS feed, zelfs geen nieuwsbrief. Bij toeval bezocht ik de site maar eens vanmorgen en kwam tot de ontdekking dat er een behoorlijke hoeveelheid informatie geplaatst was. Hopelijk komt er snel een nieuwsbrief o.i.d. (over een RSS feed durf ik niet eens te dromen).

NiNa (alweer)

Gisteren ben ik naar een bijeenkomst voor docenten van de commissie vernieuwing natuurkundeonderwijs geweest.

Dit is het verslag aan mijn sectie.

NiNa: Flexibel curriculum (2)

De commissie vernieuwing natuurkundeonderwijs spreekt over een flexibel curriculum door variatie in werkvormen en variatie in inhoud.

Mijn analyse tot nu toe:

Werkvormen:
Dat de commissie uitspraken doet over de werkvormen die gebruikt moeten worden vind ik opmerkelijk. Het toont m.i. vooral aan hoe er over natuurkundedocenten wordt gedacht (ook door natuurkundedocenten zelf); namelijk dat ze saai, ouderwets, frontaal lesgeven. De werkvormen die door de commissie worden voorgesteld zijn niet nieuw of revolutonair (sterker nog, in de context van het nieuwe leren zijn ze ouderwets) en zouden m.i. tot het standaard repertoire van iedere docent moeten behoren.

Er wordt volgens mij inderdaad te veel ouderwets, frontaal lesgegeven. Op dit punt valt veel te verbeteren, maar waarom dat dan flexibel curriculum moet heten?

Inhoud:
De commissie wil docenten (en wellicht ook leerlingen) vrijheid geven om zelf te keuzes te maken, bijvoorbeeld welke context ze kiezen (de één medisch, de ander technisch). Echter hier speelt het spanningsveld tussen keuzevrijheid aan de ene kant en een dichtgetimmerd landelijk examen aan de andere kant een grote rol. Aan de ene kant stelt de commissie voor om contexten vast te leggen en te koppelen aan eindtermen van een landelijk examen en aan de andere kant is er behoefte aan keuzevrijheid in een flexibel curriculum. De keuzevrijheid aan de ene kant en de behoefte aan een dichtgetimmerd programma vanwege kwaliteitsborging door een landelijk examen aan de andere kant is misschien wel een van de meest interessante aspecten van de vernieuwing.

Ik constateer dat er wel de wens tot keuzevrijheid is, maar dat dit nog niet is gegarandeerd in de opzet van het nieuwe programma.

Het is verder opmerkelijk dat de commissie het instrument Elektronische Leeromgeving (ELO) expliciet noemt in de context van flexibel curriculum. Ik zou liever zien dat de commissie eerst beargumenteerd waarom een flexibel curriculum nodig is en pas daarna over instrumenten zou nadenken.

Voorlopig gebruikt de commissie het flexibel curriculum nog echt als modewoord. Ik hoop dat e.e.a. nog verder wordt uitgewerkt en dat het meer wordt dan alleen dat.

Van leertheorie naar onderwijspraktijk.

Op de PHYSHARE mailinglist (over Physics Education) is een zeer interessante discussie aan de gang over leertheorie in relatie tot onderwijspraktijk (Piaget & Dewey: Down for the Count?).

De discussie wordt over verschillende maillinglist gevoerd (PHYSHARE, PHYS-L, AERA-L… hadden ze maar weblogs en trackbacks!) en is daarom soms wat moeilijk te volgen, zeker omdat niet alle lijsten openbaar zijn zonder inlognaam, maar daarom niet minder interessant. Ik zal proberen binnenkort een samenvatting te posten.

In deze discussie citeerde Richard Hake onlangs Gardner:

“even students who have been well trained and who exhibit all the overt signs of success – faithful attendance at good schools, high grades and high test scores, accolades from their teachers – typically do not display an adequate understanding of the materials and concepts with which they have been working. Perhaps most stunning is the case of Physics. [. . .] The evidence in that venerable subject is perhaps the ‘smoking gun'”
Gardner, H. 1991. “The Unschooled Mind: How children think and how schools should teach.” Basic Books.

De notie dat zelfs excellent geacht natuurkundeonderwijs inefficient is in het aanleren van natuurkunde heeft sinds de tweede helft van de jaren negentig geleid tot een revolutie in het natuurkundeonderwijs in de V.S., gedreven door onderwijskundigonderzoek (Physics Education Research).

Dit is helemaal mijn ding. Onderwijsvernieuwing gedreven door onderzoek.

Misschien is dat ook wel mijn probleem met moderne onderwijsvernieuwingen (in Nederland) zoals het sociaal-constructivisme (Het Nieuwe Leren) en competentie gericht leren. Ik mis het achterliggende onderzoek. De feiten.

(De titel van dit bericht is geleend van het excellente boek van Van der veen en van der Wal, Wolters-Noordhoff, 2003).

Nina (4) : ELO’s

De commissie Nieuwe Natuurkunde vindt:

De flexibiliteit van het curriculum kan sterk worden gestimuleerd door gebruik temaken van elektronische leeromgevingen (ELO’s).

[…]

In het universitair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs zijn ELO’s inmiddels gemeengoed geworden. Bij tal van cursussen worden ELO’s gebruikt voor het in digitale vorm aan- en inleveren van opdrachten, dictaten, diagnostische toetsen, powerpoint presentaties, inhoudelijke discussies tussen docenten en studenten, en verwijzingen naar literatuur en andere websites.

Ik zie de link met het flexibile curriculum nog niet helemaal.

Mijn probleem met ELO’s: Ze worden gebruikt als postbus voor tweerichtingsverkeer. De docent zet er een opdracht op en de leerling levert het in. De investerings- en beheerskosten van een ELO kun je wel beter besteden als een ELO alleen op die manier wordt gebruikt. Mijn eigen ervaring (via de lerarenopleiding) is dat een ELO ook dusdanig wordt gebruikt in het Hoger Onderwijs; Een vergaarbak van verouderde syllabi en een plek om opdrachten in te leveren. Een dergelijk gebruik van een ELO kan heel nuttig zijn voor afstandsleren, maar dat is in het v.o. volgens mij niet van toepassing.
Ik vraag me af op welke manier de ELO op dit moment wordt gebruikt op v.o. scholen. (Een voorbeeld is Studiewijzer Plus van het Stedelijk Lyceum Enschede.)

Ik denk dat een ELO pas waarde heeft als het samenwerkend leren ondersteunt, door de “inhoudelijke discussies tussen docenten en studenten” waar de commissie het over heeft te faciliteren. Een electronisch prikbord en postbus zijn ook zonder een ELO effectief toe te passen.

Tenslotte:

De Commissie verwacht dat ELO’s in de toekomst ook in het voortgezet onderwijs een belangrijke rol zullen gaan spelen en wil daar in het te ontwikkelen voorbeeldcurriculum op anticiperen.

Ik hoop dat de commissie zich zal richten op het gebruik van ELO’s om samenwerkend leren te ondersteunen, en niet op de ELO als postbus tussen docent en leerling.